Kunstwerk klokkentoren Emile Braunplein

COMMISSIE CULTUUR, SPORT EN FEESTEN - Vraag aan schepen Storms

Mevrouw de schepen,

Mijn collega, mevrouw D'Hose heeft reeds de feitelijke vragen gesteld n.a.v. het nieuws - nieuws dat we eigenlijk niet mochten weten maar vernamen via La Libre Belgique - dat Michaël Borremans een kunstwerk zal maken op de klokkentoren aan het Emile Braunplein. 

Ik wil aan deze feitelijke vragen graag een inhoudelijke toevoeging doen.

Kunst in de publieke ruimte is belangrijk.

Het is kunst dat letterlijk aansluit bij de fysieke leefomgeving, en het heeft het grote potentieel om mensen samen te brengen. Het belangrijkste bij kunst in de publieke ruimte is de betrokkenheid van de omgeving, van het publiek. In het ideale geval worden Gentenaars en bezoekers niet alleen “geconfronteerd” met het kunstwerk als het af is, maar wordt het vanaf het ontstaansproces betrokken. Op die manier ontstaat interactie, draagvlak en debat. En dat maakt kunst in de publieke ruimte zo uniek.

In heel het Cobra-project blijven we op dat vlak een beetje op ons honger zitten. Er wordt intens nagedacht over kunstwerken in het centrum van de stad: Gaande van De Korenmarkt (Ann-Veronika Janssens en Ayse Erkmen), het Braunplein (Michaël Borremans), tot aan het Gerard De Duivelsteen (Berlinde De Bruyckere). En dat is goed. Maar wat ik heel jammer vindt, een gemiste kans zelf, is de wijze waarop dat denkwerk boven de hoofden van “het publiek”, van de Gentenaars gebeurt, terwijl dat juist de essentie, de kracht is van “kunst in de publieke ruimte”.

Voor de drie locaties die ik daarnet heb opgesomd – Korenmarkt, Braunplein en Duivelsteen – valt een enorme top-down-benadering op. Een gerenommeerd architectenbureau, Robbrecht&Daem in dit geval, samen met enkele leidende ambtenaren van de stad, voeren denkwerk en overleg in gesloten kring. Dat ze goede smaak zullen hebben, daar wil ik niet aan twijfelen. Dat ze gerenommeerde kunstenaars willen aantrekken. daar wil ik ZEKER niet aan twijfelen.

Maar de kracht van kunst, en zeker van kunst in de publieke ruimte, zit nog altijd in de betrokkenheid van het publiek. Jan Hoet heeft ons geleerd dat kunst in geen geval elitair mag zijn, ergens bedisseld in een achterkamertje. Kunst is bij uitstek een beleidsdomein is waar in alle openheid met iedereen wordt overlegd. En als het van Jan Hoet zou afhangen, niet alleen overlegd maar vooral ook goed gedebatteerd.

Jammer genoeg blijken overleg en debat afwezig. De mening van de Gentenaars wordt niet gevraagd. En als Gentenaars hun mening spontaan geven, zoals over de kale Korenmarkt, dan wordt hen verweten dat ze niets van kunst begrijpen.

Maar het is zelfs erger. Zelfs met de leden van de gemeenteraad, toch bij uitstek de vertegenwoordigers van de Gentenaars, wordt niet overlegd. Neen, als ze vragen stellen over een dossier, wil het stadsbestuur hier niet op antwoorden.

Vorige maand gaf u naar aanleiding van het voornemen om een stadskunstenaar aan te stellen een vurig betoog over de betrokkenheid van het publiek, van de Gentenaars in de kunsten. U meende dat het uw taak was om kunst opnieuw in de leefomgeving van de Gentenaars te plaatsen.

En daarin had u groot gelijk.

Het is uw taak om er over te waken dat kunst niet elitair wordt. Het is uw taak om ervoor te zorgen dat de Gentenaars zich betrokken voelen met de kunst in de publieke ruimte. Deze kunst moet “hun” kunst worden.

Maar jammer genoeg, zoals u nu te werk gaat, doet u er alles aan om deze betrokkenheid te vermijden en om het draagvlak te ondermijnen. Ik kan u alleen maar warm oproepen om kunst opnieuw centraal te stellen in het debat. Gent, kunst en debat moeten blijven samengaan.

Een samenvatting van het mondelinge antwoord kan u bekomen bij karlijn.deene@gent.be.

Datum tussenkomst: 

maandag, 10 maart, 2014

Type: 

Mondelinge vraag

Tags: