Culinair Gent

GEMEENTERAAD - vraag aan schepenen Peeters en Storms

Woordelijk verslag

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.  Interpellatie 4. Daar zullen schepen Peeters en schepen Storms op antwoorden. Mevrouw Deene, u hebt het woord.

Mevrouw Karlijn Deene.  Dank u wel, mijnheer de burgemeester.

Het is een vraag over twee zaken waar ik mijn hart aan verloren heb: dat is de stad Gent, maar ook lekker eten. Blijkbaar zijn er ook twee schepenen die hier hetzelfde over denken, want mijn vraag zal door twee schepenen worden beantwoord.

Onze Vlaamse eet- en tafelcultuur wordt internationaal geprezen, een beetje onze Bourgondische levensstijl, en je merkt ook dat steeds meer Vlaamse steden en gemeenten hun gastronomisch aanbod echt als een toeristisch product beginnen te vermarkten. Denk maar bijvoorbeeld aan een stad als Hasselt, die eigenlijk al jarenlang promotie maakt als ‘Hasselt, de Stad van de Smaak’.

Als er een stad is waar het culinaire aanbod echt wel als een promotietroef kan worden uitgespeeld, zeker de laatste jaren, dan denk ik dat het wel onze stad is. De gastronomiegenieters, zowel Gentse als niet-Gentse, leren onze stad steeds beter kennen als een stad met een rijk aanbod aan kwaliteitsvolle, authentieke, en - wat ook zo typisch is voor onze stad - eigenzinnige restaurants met soms een klein hoekje af.

Jonge chefs zoals de drie “Flemish Foodies” hebben de laatste jaren een extra culinaire boost gegeven aan onze stad. Het is ook niet ontoevallig dat zij in de “Strafste Gentenaar, categorie Bedrijfsleven” als winnaar uit de bus zijn gekomen.

Olly Ceulenaere, één van die Flemish Foodies, heeft onlangs in de pers een treffende uitspraak gedaan. Ik wil hem graag citeren. Hij zegt: “Gent moet wat chauvinistischer worden, en trots zijn op wat de stad in huis heeft aan lekkere producten en culinair talent”.

Ik denk dat Olly Ceulenaere daar zeker een punt in heeft. Als ik een beetje bescheiden mag zijn, denk ik dat wij de andere steden ver voorbijsteken in culinair aanbod, maar niet alleen het eten zelf, ook het totaal aanbod hier maakt onze stad zo uniek.

We hebben een culinaire cultuur die een rebels en swingend imago heeft, en wat vooral kenmerkend is voor de stad, is dat wij de nadruk leggen op duurzame producten, vaak streekproducten van hoge kwaliteit.

Op 30 juni is er een Flemish Food Fest in het kader van Gelinaz op Gent Dok, en dat is iets, denk ik, dat nationaal en internationaal ons imago daarin alleen maar zal versterken.

Ik heb twee vragen. Ik ben benieuwd welke schepen welke vraag zal beantwoorden.

1. Welke ambities hebt u om onze stad als “culinaire stad” te promoten? Welke initiatieven zullen worden genomen?

2. Welke initiatieven zullen worden genomen om de culinaire troeven van Gent te versterken en om talentvolle chefs naar onze stad te lokken?

Ik wil benadrukken dat het zeker niet mijn bedoeling is om te vragen dat de Stad deze dynamiek die nu aan de gang is, overneemt en begint te sturen. Zeer zeker niet. Maar het is natuurlijk zo dat bepaalde vormen van ondersteuning wel het verschil kunnen maken voor jonge chefs, jonge ondernemers, om een zaak te kunnen opstarten, en zeker om die met succes voor een langere periode te kunnen uitbaten.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.  Dank u wel. Schepen Peeters zal antwoorden wat het horecagedeelte betreft, en mevrouw Storms wat het toeristisch gedeelte betreft. De heer Peeters.

De heer Christophe Peeters, schepen.   Dank u wel, burgemeester.

Collega Deene, ik ben het absoluut met u eens dat Gent, zeker de laatste jaren, heel wat troeven in handen heeft gekregen om zich te promoten als absolute culinaire topstad.

Dan heb ik het niet over de hoogste concentratie van sterrenrestaurants in West-Europa en omliggende randgemeenten, zoals sommige andere steden dat willen promoten, overigens. Sterren gaat volgens mij meer over astronomie dan over gastronomie. Ik denk in die zin, dat we zeker niet de ambitie moeten hebben om dat te doen.

Een paar sterrenrestaurants zijn op zich wel welkom, maar wat de sterkte is van Gent - opnieuw, zoals dat vaak het geval is - is dat je niet zit met een enorm high-level segment, en dan een zeer low-level segment en daartussen niets, wat je in een aantal landen, in het buitenland, onder andere in Nederland vindt. Er zijn ondertussen meer sterrenrestaurants in Nederland dan dat er in België zijn. Alleen ga je in Nederland bijna van drie sterren naar de kroket uit de muur, en zit daartussen toch wel bijzonder weinig.

Waar wij ons in gespecialiseerd hebben, waar we sterk in geworden zijn de voorbije jaren, dat is precies dat middensegment. Top qua kwaliteit, qua originaliteit, qua smaak en qua gastronomie, maar zonder de poespas die daarrond komt in allerhande culinaire gidsen.

Ik wil niet gezegd hebben dat die niet belangrijk zijn, want we zouden uiteraard wel een paar sterren kunnen gebruiken. We hebben er straks maar eentje meer over, als Chez Jean binnen enkele weken dichtgaat. Misschien komen er nog wel, maar in feite is dat niet het belangrijkste.

We hebben een heel mooi en breed segment van zaken die elkaar ook beïnvloeden, bevruchten. Die Flemish Foodies is daar één voorbeeld van. Maar we hebben nog tal van andere zaken die niet tot die een beetje toevallige groep van die Flemish Foodies horen, want in feite zijn dat drie vrienden die zich zo een beetje gepromoot hebben, en er wordt nu gedaan alsof daar een marketingmachine achter zit. Niets is minder waar. Dat is een beetje toevallig tot stand gekomen en gegroeid, maar dat is op zich ook geen slechte zaak. Ik denk dat dat precies ook de sterkte is.

Ik ben blij dat u dat in uw vraag zelf al aangeeft: het kan niet de bedoeling zijn dat de Stad dit verhaal zou overnemen, laat staan dat we zelf gaan beginnen koken. Dat lijkt me al helemaal een lastig idee. Neen.

Je moet die dynamiek die er is, sturen. Je ziet trouwens ook dat de aanwezigheid van een aantal van die topchefs ook anderen aantrekt en meebrengt. Ze zijn met een paar begonnen. Olly start nu in het najaar trouwens met zijn eigen restaurant.

Ondertussen is Vrijmoed erbijgekomen. Die heeft ook niet toevallig voor Gent gekozen. Die doet dat omdat hier een dynamiek aanwezig is, niet alleen rond een eetcultuur, rond een Bourgondische cultuur, maar ook rond het werken met verse en authentieke producten, producten van eigen bodem, seizoensproducten, de “korte keten”.

Dat zit eigenlijk ook al een stukje in ons bestuursakkoord. We kunnen wel een en ander doen daarrond. In die zin is het wel nuttig dat we daar een aantal initiatieven gaan ondersteunen, die gaan genomen worden rond die korte keten, rond stadslandbouw en rond allerlei vormen van voedselbeleving die je elders niet vindt, maar die die authenticiteit van Gent als authentieke stad mee gaan ondersteunen en benadrukken.

Wat gaan we daarmee doen? Wat gaan we daarrond doen? Promotie voeren, uiteraard. We gaan opnieuw, voor de derde keer, het evenement ‘Gent: Smaak’ mee organiseren. De eerste keer was op het Sint-Pietersplein, de tweede keer in de Leopoldskazerne. We gaan dat nu proberen een plaats te geven en thuis te brengen, hier in het centrum op het Emile Braunplein en Klein Turkije onder de stadshal.

We willen daar in de komende jaren stilletjesaan een showcase maken van wat Gent op culinair vlak heeft te bieden. Denken we ook bijvoorbeeld aan Balls & Glory van Wim Ballieu, die daarmee zeer hoge toppen scheert.

We gaan dus proberen dat met een evenement te doen. Bijvoorbeeld op 25 april gaan we ook naar een heerlijke avondshopping. We bieden een grote waterzooi aan.

We hebben wel wat mogelijkheden om samen met de hotelschool een en ander te doen. We hebben hier immers een fantastische stedelijke hotelschool, die schitterend werk levert, die echt absolute top is, maar waar we, vind ik persoonlijk, ook weer iets te weinig chauvinistisch in zijn.

Als je Ter Groene Poorte, en Koksijde en weet ik veel ziet, dat is allemaal zeer boeiend, maar wij hebben een minstens even goede hotelschool. Alleen komen we daar, denk ik, iets te weinig mee naar buiten. We gaan dat wat meer moeten doen.

Dat is in feite ook waar onze taak ligt als stedelijke overheid, dat is die humus creëren, die potgrond waar al die plantjes kunnen groeien. Af en toe zal er eentje een keer niet tot bloei komen. Dat is ook niet erg, maar er moet ook wel ruimte zijn voor al die verschillende plantjes om te groeien.

Wat moet je voor restaurateurs doen? In feite hetzelfde als wat je voor elke ondernemer zou doen. Een ondernemingsvriendelijk klimaat gaan creëren. Zorgen dat we ze een beetje kunnen helpen, dat we ze snel door die administratie en die vergunningen kunnen loodsen, dat we hen daarbij kunnen ondersteunen, want een chef moet bezig zijn met zijn keuken en zijn gerechten, niet met administratie.

Daar gaan we in het algemeen kijken, voor ondernemers: wat kunnen we vereenvoudigen? Hoe kunnen we ze begeleiden, hoe kunnen we ze meenemen doorheen het wonderbaarlijke labyrint van de stedelijke en andere administraties? We kunnen kijken hoe we met vergunningen kunnen omgaan, hoe we omgaan met terrassen.

Er zijn allerlei mogelijkheden om te zorgen dat we het leven als ondernemer in het algemeen makkelijker maken, maar zeker en vast in de horeca. Dat is een sector die het ook bijzonder moeilijk heeft, met heel hoge personeelskosten.

Er zitten een aantal dingen die op een ander niveau gaan moeten geregeld worden: op Vlaams en op federaal niveau, waar we misschien toch eens moeten gaan nadenken over het feit dat de horeca geen sector is zoals een andere, en dat men, naast de terechte invoering van black boxes en de uitschakeling van het zwartwerk, misschien ook wat oog moet hebben voor en wat nood moet hebben aan flexibiliteit die absoluut nodig is om in die sector te kunnen werken. Ik denk dat we daar op een aantal sporen zitten.

Promotie: uiteraard. Promotie bij de Gentenaars. Dat komt ook meer en meer. Toeristische promotie: daar zal collega Storms op antwoorden.

Maar ik moet zeggen: als ik zie wat ik de laatste tijd zelf zie in allerlei programma’s, denk aan Vlaanderen Vakantieland, dan zie je ook meteen de weerslag. “Simon Says”: twee weken geleden of een week geleden op Vlaanderen Vakantieland. Plotseling is er vorige week een enorme toevloed van mensen die zeggen: “dat wil ik eens proberen, daar wil ik een keer naartoe gaan”. Dat heeft effectief zijn effect.

Hoe we dat toeristisch gaan vertalen? Wat is er nu al? Dit zal collega Storms zeggen. We gaan tegelijkertijd ook een aantal nieuwe pakketten, nieuwe producten ontwikkelen rond die gastronomie.

We gaan daar in het kader van ‘Gent Verwent’ en met het label ‘Gent: Smaakt’ - we gaan het label “Gent: Smaakt’ overnemen als een onderdeel van ‘Gent Verwent’, maar dan in het culinaire - zeker en vast in de komende jaren, in overleg en in samenwerking met de sector, producten rond ontwikkelen.

Voor de rest ben ik het absoluut met u eens. Je moet die gasten vooral laten doen. Je moet zorgen dat ze de ruimte hebben om creatief te kunnen spelen. Je moet zorgen dat ze zoveel mogelijk tijd doorbrengen op de plaats waar ze het best zijn, dat is in hun keuken.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.  Dank u wel. Het woord is aan schepen Storms.

Mevrouw Annelies Storms, schepen.   Zoals mijn collega Peeters al zei, zal ik eventjes ingaan op het toeristische luik van uw vraag.

Het is inderdaad ook zo dat de Dienst Toerisme ook voelt dat Gent boomt, steeds meer en meer, als culinaire stad. De Dienst Toerisme promoot Gent dan ook als culinaire bestemming bij de toeristen.

Internationale mensen die op citytrip gaan, komen naar Gent om van het goede leven te genieten, van het lekkere eten te genieten, om zich onder te dompelen in de lokale cultuur, de stad te verkennen, te gaan winkelen en op restaurant te gaan, en streekproducten kopen is vaak een belangrijk onderdeel van een citytrip.

Toerisme Vlaanderen zet onder andere ook in op die eet- en tafelcultuur om Vlaanderen internationaal op de kaart te zetten. Met initiatieven zoals ‘Vlaanderen Lekkerland’ wordt de gastronomie ook nationaal gepromoot.

Toerisme Gent werkt uiteraard samen met Toerisme Vlaanderen en de Vlaamse kunststeden, in initiatieven dan zoals ‘Lekker genieten in Vlaanderen’ en ‘Vlaanderen Lekkerland’, maar wel steeds met de typische Gentse invalshoek. Ik zei het al: Toerisme Gent speelt hier dus op in door Gent consequent voor te stellen als een plaats waar het lekker genieten is.

Maar om Gent als toeristische bestemming te onderscheiden van andere Vlaamse bestemmingen, focust Toerisme Gent op hetgeen de culinaire beleving in Gent zo speciaal maakt. Dat is dan het product waarin we uniek zijn en een geloofwaardig verschil kunnen maken met die andere Vlaamse kunststeden. Op deze manier vullen die kunststeden elkaar ook op dat vlak perfect aan, wat uiteindelijk de bestemming Vlaanderen ten goede komt.

Wat zijn onze USP’s dan, die wij toeristisch kunnen uitspelen? Dat zijn ‘Ghent Veggie Capital’, de jonge topchefs - er is hier al naar verwezen - zoals de Flemish Foodies en recent ook het restaurant Vrijmoed, innovatieve concepten zoals Balls & Glory. Bijgevolg zet Toerisme Gent deze dan ook in de etalage bij de promotie van de stad bij potentiële bezoekers.

Daarnaast blijven we ook wel verder inzetten op die traditionele streekproducten en gerechten. Dat blijven we verder naar de toeristen promoten. Ik denk dan aan de cuberdons, de waterzooi en de mosterd.

Hoe doet de Dienst Toerisme dat? We proberen bezoekers in alle fasen van hun reisbeleving aan te spreken: vanaf het moment dat ze dromen van een citytrip naar Gent tot op het moment dat ze hier effectief rondlopen.

Vooraf proberen we de potentiële bezoekers aan te spreken in online en offline persartikels en blogs. Daar wordt vooral op ingezet door de perswerking van Toerisme Gent. U zal regelmatig wel al gezien hebben dat er een mooi artikel staat over Gent in buitenlandse kranten. Daarin komt het eten ook wel altijd aan bod.

We hebben ook onze website www.visitgent.be. Daar komen gastronomie en de streekproducten ook ruim aan bod. Ook op de social mediakanalen van Toerisme Gent wordt Gent uitgebreid in de kijker gezet als culinaire stad.

Eenmaal de toeristen in Gent zijn, proberen we hen ook wegwijs te maken in onze culinaire troeven. We doen dat vooral met informatie in het infokantoor, maar ook bijvoorbeeld door het Restocaféplan, dat gebaseerd is op vaak voorkomende bezoekersprofielen. Wij stellen dat plan gratis ter beschikking. Dat is wat we nu doen.

Wat gaan we nog doen in de toekomst? Daar ga ik zeker ook samenwerken met mijn collega, we gaan die ingeslagen weg verder blijven bewandelen: eetcultuur en lokale gastronomie, zowel de traditionele als de trendy, zijn, menen wij toch nog altijd, speerpunten van de authentieke beleving die toeristen juist in Gent zoeken, en ook kunnen ervaren.

Bij de opmaak van het nieuwe marketingplan zullen we ook nagaan en bepalen in welke richting dit verder kan evolueren. Die opmaak van dat marketingplan is opgestart eind 2012, en is dus nu in volle ontwikkeling.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.  Dank u wel. Ik mag u het woord niet meer geven, mijnheer Reynebeau. Enkel mevrouw Deene krijgt het woord.

Mevrouw Karlijn Deene.  Mevrouw de schepen, mijnheer de schepen, ik ben heel blij dat wij dezelfde visie delen over wat Gent nu zo uniek maakt. Ik hoop dat het chauvinisme en de trots die ik in jullie antwoorden heb gehoord, ook effectief zal worden vertaald in jullie beleid.

Mijnheer de schepen, aan u specifiek gericht. Ik hoop dat effectief hard werk zal worden gemaakt van het ondernemersvriendelijk klimaat. Zoals u zelf zegt: die jonge chefs mag je niet laten verdrinken in administratie en regels. Geef ze zoveel mogelijk de tijd om creatief te zijn rond hun kookpotten. Gent zal er alleen maar beter van worden.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.  Dank u wel. Het incident is gesloten.

Datum tussenkomst: 

maandag, 25 maart, 2013

Type: 

Interpellatie

Tags: