Copenhagenize Index 2013

GEMEENTERAAD - Interpellatie schepen Watteeuw

Woordelijk verslag

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Mevrouw Deene.

Mevrouw Karlijn Deene.   Dank u wel, mijnheer de voorzitter.

Mijnheer de schepen, ik zal mijn vraag kort stellen. De context is bekend. Het gaat over de Copenhagenize Index: welbekend, wordt tweejaarlijks opgesteld. We stellen vast dat in die index de rol van de stad Gent steeds kleiner wordt.

In 2009 stonden wij nog op de 32ste plaats van de toen nog 43 geselecteerde steden, hoewel met een toch wel matige score van 15 % uit 13 onderzochte criteria, maar nu zien we dat de stad Gent zelfs helemaal niet meer is opgenomen in de lijst, terwijl vergelijkbare steden zoals bijvoorbeeld Eindhoven er wel in staan, en een mooi resultaat halen.

We merken bijvoorbeeld in de Stadsmonitor van 2011 ook op dat onze stad qua fietsvoorzieningen geen goede beurt maakt.

Ook het Gentse Milieufront legt steeds de nadruk op het belang van een goed fietsbeleid, en dat de Stad Gent in het verleden toch wel steken heeft laten vallen.

U zal waarschijnlijk beginnen in uw antwoord dat u nog maar een half jaar schepen bent, dat klopt, maar ik wil graag weten wat uw reactie is op het gebrek aan erkenning en waardering voor het Gentse fietsbeleid, want het kan zijn dat u zegt van “het studiebureau van de index heeft gewoon bepaalde criteria gebruikt waardoor we niet aan bod konden komen”. Goed.

Ik zou graag uw reactie weten, en welke quick win stelt u nu al in het vooruitzicht om van Gent op korte termijn meer een fietsstad te maken? Ik denk dat het toch moet mogelijk zijn om met kleine wijzigingen, kleine beleidsvoorstellen al heel snel realisaties te kunnen verwezenlijken. Misschien dat u ons ook wel een blik kan gunnen op meer structurele maatregelen die u op lange termijn wil nemen.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Dank u wel. Wie antwoordt er? Er is nog iemand die het woord vraagt. Alstublieft, mevrouw Matthieu.

Mevrouw Sara Matthieu.   Dank u, mijnheer de burgemeester.

Dank u, collega Deene, voor de interessante vraag, die eerder ook wel al in de commissie gesteld was en teruggetrokken werd. Ik vond dat toen jammer. Ik vind het dan ook een beetje raar dat die hier terugkomt op de gemeenteraad. Het leek mij eerder een commissievraag, maar goed, dit gezegd zijnde.

Ik denk dat de initiële media rond de Copenhagenize Index enigszins een verdraaid beeld heeft gegeven van de werkelijkheid. Dat is gelukkig snel rechtgezet. Gent stond niet op die lijst omdat Gent simpelweg niet onderzocht werd.

Dat is wel de aanleiding tot de vraag: “hoe kunnen wij ons qua fietsvriendelijkheid verhouden tot de andere steden en zijn daar dan objectieve criteria voor?”

De Stadsmonitor werd al aangehaald, maar dat is natuurlijk eerder een peiling naar tevredenheid, wat nog iets anders is dan een objectieve vergelijking van fietspaden en infrastructuur.

Vanuit Vlaanderen is er het initiatief “De meest fietsvriendelijke gemeente”. Antwerpen heeft die vorig jaar gewonnen. Gent heeft daar toen een eervolle vermelding gekregen.

Nochtans, er beweegt wel een en ander, denk ik, op fietsgebied in Gent. Als we die ambitie hebben, en ik denk dat dat het geval is, om die echte fietsstad te worden en dat waar te maken, dan moeten wij uiteraard concrete infrastructurele initiatieven en acties nemen, maar ik denk dat dergelijke nationale en internationale erkenningen toch ook wel belangrijk zijn.

Daarom toch nog bijkomende vragen: of Gent streeft naar ook die Vlaamse onderscheiding van de meest fietsvriendelijke gemeente, of er bepaalde stappen zijn die de schepen misschien ziet om in die richting te gaan, en of er andere mogelijkheden zijn om Gent als fietsstad te gaan promoten en op de kaart te zetten.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Dank u wel. Geen andere tussenkomsten? Dan heeft de schepen het woord, de heer Watteeuw.

De heer Filip Watteeuw, schepen.   Mevrouw Deene, u vroeg hoe ik mij voelde toen ik dat nieuws zag. Ik was er gewoon kapot van. Neen, natuurlijk niet, ik maak maar een grapje.

Mevrouw Deene, ik heb er gewoon geen idee van op welke manier steden geselecteerd worden door die organisatie om beoordeeld te worden. Ik heb het gezocht, ik heb zelfs gebeld naar die organisatie, waar men de telefoon liet rinkelen. Wat maakt dat ze in mijn index een beetje gezakt zijn. Maar, ik heb er geen idee van.

Ik weet dus niet waarom Gent ditmaal niet is beoordeeld en in 2011 wel. Ik weet ook niet hoe onafhankelijk deze beoordeling is gebeurd. Ik heb gemerkt dat men met 13 criteria werkt. Ik heb die bekeken. Het zijn vrij voor de hand liggende criteria. In die zin, er zitten geen rare denksprongen in, men heeft dus wel degelijk een bepaalde logica, maar hoe het loopt, is voor mij niet in te schatten.

Ik vermoed niet dat een team van beoordelaars alle steden heeft bezocht, maar dat men werkt met lokale beoordelaars, die dan elk met een maat naar eigen goeddunken, weliswaar met een handleiding, waarschijnlijk, beoordelen. Maar dat kan natuurlijk maken dat er wat verschillen zijn.

Wie hier in de vorige raad al zat, weet dat ik sowieso wat vragen heb bij alle prijzen en alle lijstjes die er zijn. Ik heb dat ook vroeger regelmatig aangehaald. Ik blijf daar vragen bij stellen. Ik wil u dat ook wat illustreren.

Je hebt daar de Copenhagenize Index, en daar zie je een aantal steden in staan, die winnen: Amsterdam, enzovoort. Maar wat je bijvoorbeeld ziet, is dat Sevilla op de 4de plaats staat. Weet u hoeveel % fietsers er zijn in Sevilla? Hoeveel % van de verplaatsingen daar gebeuren met de fiets? 6 %.

Bordeaux staat daar ook in, een stad waar het openbaar vervoer de voorbije jaren overigens heel sterk vooruitgegaan is. 10 % fietsers. Staat ook op de 4de plaats. Heeft 200 km fietspaden. Nantes staat op de 5de plaats. Heeft tussen 2 en 4,5 % fietsers. Rio de Janeiro. Het was verbazend, maar dat stond ertussen, Rio de Janeiro, op de 16de plaats. 4 % fietsers.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Dat is waar. (lichte hilariteit) Ik ken dat goed.

De heer Filip Watteeuw, schepen.   U weet hoeveel % fietsers er nu zijn in Gent: 22 %. Dat zegt natuurlijk wel iets. Ik ben altijd een van de mensen geweest die in deze raad kritiek gegeven heeft op het fietsbeleid, weliswaar constructieve kritiek, natuurlijk. Ik heb altijd gezegd van “het kan een stuk verder”, maar we hebben wel 22 %.

Je ziet dan: we staan niet in die lijst, maar Sevilla met 6 %, Bordeaux met 10 %, Nantes met 4,5 % staan er wel in. Dat zegt iets over dat lijstje. Ten andere, Bordeaux, ik heb het daarnet gezegd: 200 km fietspaden. U weet wellicht ook hoeveel km fietspaden er in Gent zijn: wat mij betreft nog onvoldoende, maar het zijn er wel 400.

Ik wil maar zeggen: zelfs als je de steden die op het lijstje staan bekijkt en vergelijkt ten aanzien van Gent, die lijstjes hebben een waarde, maar ze zijn relatief. Ze zijn een stimulans voor die steden, maar relatief.

Temeer, en dat vind ik eigenlijk nog sterker dan het feit dat Gent daarin niet is opgenomen en dat andere steden, die voorlopig - duidelijk, voorlopig, ik hoop dat het permanent blijft - minder scoren dan Gent, er wel op staan.

Wie er bijvoorbeeld niet op staat is de stad Groningen. Als u graag fietst, dan weet u dat Groningen dé stad is in Europa die Kopenhagen naar de kroon steekt. Als er één stad is die Kopenhagen kan bedreigen op het vlak van fietsbeleid, dan is het Groningen: 40 % fietsers, en die staat niet in die lijst.

Nochtans bijvoorbeeld, Groningen heeft onder meer een zeer systematische monitoring van wat er gebeurt met het aantal fietsers op het moment dat men ingrepen doet. Men kijkt daar echt van “we doen die ingreep, dat gebeurt”, en zo speelt men heel snel in op evoluties.

Münster staat er niet in: 36 % fietsers. Freiburg: 30 % fietsers. Ze staan er niet in. In die zin: zo’n lijstjes, dat is goed, dat kan steden stimuleren om na te denken over hun beleid, ik wil die dus ook niet zomaar wegschuiven, aan de kant schuiven, maar het zegt eigenlijk niet alles.

Ik zou het ook omgekeerd kunnen zeggen. Ik heb er weinig verdienste aan, maar deze stad heeft ook al de Ashden Award gewonnen. In die zin: je kan daar veel kanten mee uit. Ik blijf bij wat ik vroeger ook altijd gezegd heb: die lijstjes zijn relatief, zijn goed om een beleid te ondersteunen, te stimuleren, maar ze zijn relatief.

Wat voor mij heel belangrijk is, is dat er een evolutie is in het reëel fietsgebruik. We hebben die evolutie gezien tot nu: 2000 14 %, nu 22 %. Ik wil daar absoluut in vooruitgaan, want het reële fietsgebruik is een indicator voor de kwaliteit van de fietsvoorzieningen en de fietscultuur, en het is op die zaken dat we echt vooruitgang moeten maken, en ervoor zorgen dat er ook in de toekomst een verdere toename is van het fietsverkeer.

Wat gaan we doen? Wat lange termijn betreft. Wat ik heel erg belangrijk vind, en dat zie je in alle topsteden, dus in Groningen, Kopenhagen, Münster, Amsterdam, Freiburg, dat zie je overal, dat is dat men een duidelijk fietsbeleid heeft, dat men een duidelijke fietsstrategie heeft ontwikkeld.

Fietsen is daar niet zomaar een onderdeel van het mobiliteitsbeleid, fietsen is daar niet zomaar ergens een aantal belangrijke, maar losse, beleidsmaatregelen, maar dat is echt een strategie. Dat betekent dat men integraal werkt: in alles wat men doet, bekijkt men van “wat betekent het voor fietsers? hoe kunnen we maken dat fietsers zich hier inderdaad op een rustige manier kunnen verplaatsen, op een vlotte manier, op een comfortabele manier?”

We moeten die fietsstrategie ontwikkelen, en we moeten die ook blijven toepassen - dus niet een aantal jaar en dan weer eventjes stoppen, geen stop-and-go-beleid -, integraal en blijvend. Dat is nu eigenlijk mijn eerste werk: samen met de mensen van het Mobiliteitsbedrijf en de andere diensten die fietsstrategie ontwikkelen.

We moeten daarbinnen ook natuurlijk - en dat zijn ook logische zaken als u kijkt op lange termijn - verder inzetten op de aanleg van fietspaden. De volgende jaren zullen we zelf of in samenwerking met onze partners van het Vlaams Gewest, AWV onder meer, maar ook W&Z, verderwerken aan fietspaden langs onder meer de Gasmeterlaan, Nieuwevaart, de Antwerpsesteenweg, Heerweg-Noord, de Brusselsesteenweg, de Brugsevaart, enzovoort. Het mag, wat mij betreft, zeker meer zijn. Ik leg voor mezelf, en u mag dat ook doen ten aanzien van mij, daarvoor de lat zeer hoog.

Maar ook kortetermijnmaatregelen moeten mogelijk zijn, want natuurlijk, als ik zou zeggen van “oké, we gaan nu die strategie ontwikkelen en dan zien we wel die maatregelen op lange termijn, dan komt het er wel”, dan zou het wel eens lang kunnen duren. Er zijn nu al een aantal zaken die wij kunnen verbeteren, dus iedere dag een aantal kortetermijnmaatregelen.

Ik denk daarbij aan de aanpassing in de Achilles Heyndrickxlaan, de Stropbrug, het fietspad dat werd uitgeroepen tot het slechtste fietspad van Gent. Dat is een punt dat we moeten oplossen, waar we moeten maken dat het beter is. We gaan dat binnenkort herlijnen. Dat moet nog voor de zomer gebeuren. Dat moet voor fietsers beter zijn, beter afgescheiden van het autoverkeer, ook meer ruimte voor de fietsers.

Er is het proefproject aan het Woodrow Wilsonplein waarbij het autoverkeer en het fietsverkeer worden gescheiden. Jammer genoeg is de interpellatie van collega Storme niet kunnen doorgaan vanavond, maar goed, ook dit is een kortetermijnmaatregel.

We denken ook aan de invoering van fietsstraten, een aantal circulatiemaatregelen, en andere kleinere ingrepen die toch behoorlijk wat effect kunnen hebben. Ik ben momenteel bezig, samen met het Mobiliteitsbedrijf, om een lijst op te maken van potentiële fietsstraten, alsook een lijst met quick wins.

Wat zie je? In de voorbije jaren zijn er hier in Gent qua fietsinfrastructuur duidelijk inspanningen gedaan, maar door soms kleine strookjes, waar de aansluiting nog niet gemaakt is, is het voor een aantal fietsers toch weer moeilijk. Dat betekent dat ook de inspanningen die gedaan zijn, niet altijd, of nog niet, tot hun recht komen. Op die quick wins moeten we dus absoluut werken.

Dat zijn kleine ingrepen aan fietspaden, aan fietsstroken. Bijvoorbeeld het Bijlokehof. Het Gentse Milieufront heeft daar een actie gedaan. Ook daar kunnen we dus een verbetering aanbrengen. De Henleykaai, de Stropkaai, dat zijn allemaal zaken die we kunnen aanpakken. Die lijst gaat binnenkort definitief zijn, voorlopig definitief: we gaan altijd wel verder moeten zoeken naar verdere zaken die we kunnen aanpakken. Want ik heb daarnet gezegd, ook blijvend. Als die lijst er is, dan gaan we die projecten ook in de planning opnemen, en hopelijk uitvoeren.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Bedankt. Mevrouw, vraagt u nog het woord? Mevrouw Deene heeft het woord.

Mevrouw Karlijn Deene.   Dank u, mijnheer de schepen.

Ik moet zeggen, uw antwoord was eigenlijk wel grotendeels leerrijk, omdat u wat meer uitleg hebt verschaft over die Copenhagenize Index, die nochtans toch wel een redelijk prestigieuze ranking is. U hebt de nodige duiding gegeven, hoewel ik het er niet volledig mee eens ben, maar het was toch wel verrijkend.

Ik heb toch wel een beetje het gevoel - natuurlijk, het lijkt logisch, het is een vraag van de oppositie - dat het wat geminimaliseerd is. Het is de eerste keer dat ik een collega van Groen een probleem rond fietsbeleid hoor minimaliseren.

Bijvoorbeeld, het is ook een tegenstrijdigheid. U zegt, er zijn 22 % fietsers. Het is een uiting van tevredenheid, terwijl de Stadsmonitor juist een uiting was, een vertaling van die tevredenheid, in dit geval eigenlijk meer de ontevredenheid. Dat is toch wel iets wat u niet mag veronachtzamen.

Ook het pleidooi van het Gentse Milieufront - u kan toch moeilijk zeggen dat die geen kennis hebben van het terrein -, die toch wel benadrukken dat zowel het aanbod als de veiligheid van de fietsinfrastructuur, zeker als het gaat over de functionele fietser, echt niet toereikend is.

Maar goed, ik heb vernomen dat u samen met het Mobiliteitsbedrijf aan een lijst werkt met quick wins. Ik denk dat ik samen met veel collega’s nieuwsgierig ben om die lijst dan ook zo snel mogelijk te kunnen inkijken, maar natuurlijk, ik ben vooral en meer benieuwd naar de strategie die zal worden uitgewerkt en waarvan ik hoop dat het niet is: jaren denken aan een strategie om dan eigenlijk misschien weinig tot uitvoering te brengen.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Dank u wel. Dan gaan we over... Mijnheer Watteeuw?

De heer Filip Watteeuw, schepen.   Ik wou toch nog even kort reageren.

U zegt: “het is de eerste keer dat ik iemand van Groen zo fietsproblemen hoor minimaliseren”. Ofwel heb ik mij zeer slecht uitgedrukt, waarvoor mijn excuses: ik heb dat ook niet gehoord in mevrouw Matthieu haar woorden - ten andere, wie aanwezig is in de commissie, en u bent altijd aanwezig, weet dat dit normaal niet de teneur is van mevrouw Matthieu - maar dat is het allerslechtste wat we zouden kunnen doen: problemen die fietsers nog hebben, minimaliseren. Dat is zeker mijn boodschap niet.

Wat ik wel vind, ik zeg het nog eens: lijstjes, prijzen doen deugd. Ook als je een mail krijgt, waarbij iemand zegt van “dit is een goede aanpassing, bedankt daarvoor”, doet deugd, maar dat betekent niet dat alle andere problemen er niet zijn en dat die niet moeten aangepakt worden.

Voor mij is hét punt inderdaad het aantal % verplaatsingen dat gebeurt met de fiets. Recent moest ik - dat is eigenlijk voor een nieuwe schepen niet zo goed - net op het moment dat ik aangetreden was, aankondigen dat het van 2000 naar 2012 gestegen was van 14 naar 22 %.

Als het nog wat minder was geweest, zou dat voor mij iets beter geweest zijn, maar goed, we zitten op 22 % en ik wil vooruit. Heel duidelijk: ik wil vooruit.

Ik wil daarvoor alle kracht en alle energie die ik heb en die de diensten hebben, inzetten, maar ik hoop ook dat ik uw steun krijg. Bijvoorbeeld het concept fietsstraten, iets wat zeer gesmaakt wordt door de Gentenaars en waarover ik ook regelmatig mails krijg, kunnen nog verbeteren - ik hoop dat u dat ook steunt. U weet dat federaal de N-VA het concept fietsstraten niet gesteund heeft. Dat is jammer, ik vind dat zeer jammer. Maar goed. Neen, neen, mevrouw Deene, ik steek een hand uit, ik ben blij dat u zegt dat u het concept fietsstraten ondersteunt.

Ik hoop dat u de maatregelen steunt die ik hier wil nemen en voorstellen - nog eens, integraal en blijvend. Ook de andere oppositiepartijen, ik hoop dat we samen kunnen komen tot een goed beleid - ik ze wel samen. Geef mij alstublieft uw insteek, zodanig dat we dat beleid kunnen verbeteren, zodanig dat we die 22 % kunnen overschrijden. Misschien komen we de volgende keer dan wel terug in die index voor.

De heer Daniel Termont, burgemeester-voorzitter.   Goed, dank u wel. Dat volstaat?

Mevrouw Karlijn Deene. Dat volstaat.

Datum tussenkomst: 

maandag, 27 mei, 2013

Type: 

Interpellatie

Tags: